Info

uk flag

Duurzaamheid & Milieu

Zonnepanelen

Blijvend groen en vindingrijk in duurzaamheid
Delft is volgens de Lokale Duurzaamheidsmeter al jaren één van de meest duurzaam werkende gemeenten van Nederland. STIP heeft die score met STIP-wethouder duurzaamheid Lian Merkx de afgelopen jaren sterk ondersteund, omdat Delft een bijzonder positie heeft op het gebied van duurzaamheid en milieu: hier wordt technologie bedacht die in de hele wereld verbeteringen kan aanbrengen op milieu en klimaat.
De richting van STIP om Delft te zien als proeftuin voor duurzame vindingen krijgt inmiddels navolging door alle partijen die serieus met duurzaamheid omgaan. Daarmee wordt meteen duidelijk voor de bevolking wat er aan de TU gebeurt. Bij duurzaamheidsbeleid is STIP wel huiverig voor symboolpolitiek: STIP is geen voorstander van bijvoorbeeld het inkopen van emissierechten om de eigen CO2-uitstoot te compenseren, omdat het probleem daarmee verschuift en niet bij de oorzaak wordt aangepakt. STIP is voor onderbouwde, serieuze ambities om energieverbruik, CO2-, NOx en de fijnstofconcentratie te verminderen.

Eén: Investeren in duurzame technologie toegepast in Delft
Delft heeft de grootste Technische Universiteit van het land, en ook nog één die duurzaamheidstechnologie als thema van haar lustrum heeft gemaakt. De stad moet daarom de focus leggen op optimale ontwikkeling van deze technologie, omdat Delftse technologie in de hele wereld de oplossingen kan bieden. Dat is bijna nog belangrijker dan wat er precies in Delft wordt uitgestoten. STIP wil:

  • Het Milieu Technologie Fonds inzetten om 1 miljoen euro te investeren in duurzame technologie. In samenwerking met alle kennispartners moet Delft een proeftuin worden van duurzame technologie.
  • Een jaarlijkse prijs in het leven roepen voor de top 5 van bedrijven die de meeste energiebesparing winnen en die het hoogste percentage zelf duurzame energie opwekken.
  • In Delft een tankstation ondersteunen dat duurzame transportalternatieven onderdak biedt, bijvoorbeeld met verschillende elektrische adapters en biogasaansluitingen. Zonder dergelijke stations komt deze technologie sowieso niet aan de bak.
  • Dat Delft als eerste stad zwaar vervuilend vervoer uit de Binnenstad weert door stedelijke distributie in te voeren. STIP wil bevoorrading via (elektrische) busjes vanuit distributiecentra aan de rand van de stad onderzoeken.
  • Projectsubsidies beschikbaar maken voor de ontwikkelingsstedenbanden, specifiek voor het uitvoeren van Delftse proeftuinprojecten in de partnersteden.


Twee: duurzaamheid met minder regels en meer groen
Delft kent weinig groen, maar moet daar op een slimme manier iets aan doen, want groen is essentieel in de leefomgeving. Regelgeving moet compleet, correct en tactisch zijn. STIP wil méér groen op de volgende manieren bereiken.

  • Het moet veel gemakkelijker worden om een ‘groen dak’ of een ‘groene gevel’ op of aan je huis te creëren.
  • De regeldruk voor het plaatsen van zonnecellen of bijvoorbeeld kleine windmolens moet omlaag.
  • Bij bouwprojecten kan extra geïnvesteerd worden in bescherming van bomen, met als doel er meer te behouden.
  • De subsidie DelftsBlauwe Daken moet worden verbreedt naar andere kleine innovatieve energieopwekkers.
  • Avalex moet naar voorbeeld van Rotterdam met elektrische vuilniswagens gaan rijden. Dit kan daar voor dezelfde totaalkosten als rijden op fossiele brandstof.
  • De Stadsbouwmeester moet in alle adviezen trachten dubbel ruimtegebruik te stimuleren en hierin bijvoorbeeld de park- en groenfunctie te adviseren.
  • Buurtbewoners die samen hun wijk willen aanpakken moeten met de ‘Fleur Op’ regeling geld en ondersteuning kunnen krijgen.
  • De Delftse Hout mag worden gebruikt als recreatiegebied, net als Midden-Delfland, waar Delft zeer bij betrokken is. We houden beide recreatiegebieden graag open en groen. De toegangsweg tot de Delftse Hout moet verbeterd worden, net als parkeermogelijkheden aan de rand van het recreatiegebied.


Drie: besparing & opwekking duurzame energie in Delft
Delft heeft in 2009 een Warmtebedrijf opgericht. Hiermee worden 21500 woningen in Delft aangesloten op een collectief verwarmingsnet, wat veel uitstoot bespaart ten opzichte van normaal gebruik van een CV-ketel. De oprichting van dat netwerk is goed: naarmate de technologie verbetert, is het mogelijk andere vormen van verwarming op het net in te schakelen. Het warmtenet is een echte slimme STIP-oplossing, omdat na een onderzoek waarvoor gemeentegeld nodig was, de uitvoering door de markt wordt gefinancierd. De benodigde overheidsinvestering is beperkt, zodat meer duurzaamheidsambities kunnen worden ingevuld. STIP heeft de volgende plannen.

  • Het Delft Aardwarmte Project, van studenten en alumni van Mijnbouwkunde, helpen alle vergunningen te krijgen en aansluiten op het Warmtebedrijf
  • Een onderzoek naar de haalbaarheid van het aansluiten van restwarmte van DSM-Gist en de awzi Harnaschpolder op het warmtenet, en uitbreiding van het warmtenet naar omliggende gemeenten onderzoeken.
  • Dat hierbij het ‘niet meer dan anders’ principe gebruikt wordt: duurzame verwarming mag niet meer kosten dan traditionele verwarming.
  • Delft moet een onderzoek doen naar de oprichting van een lokaal energiebedrijf, bijvoorbeeld gebaseerd op biomassa van gft-afval. Eneco denkt dat Delft hiermee zelfvoorzienend kan zijn.
  • Samen met de eerste huurders op Technopolis moet dit hightech park zelfvoorzienend worden in energie.
  • STIP wil dat samen met DUWO wordt gekeken naar een investeringsfonds (revolving fund) voor energiebesparing in studentenhuizen. Hiermee kan de energieprestatie op een goedkope manier worden verbeterd.