
STIP-raadsleden kunnen met de inhoudelijke kennis opgedaan aan de TU Delft en met contacten aan de TU Delft een belangrijke bijdrage leveren om goed om te gaan met de stenen van Delft. In dit programma vertellen we je graag over onze plannen voor de openbare ruimte.
Omdat mensen in steeds kleinere huishoudens wonen, en steeds meer op zichzelf, vindt steeds meer van het sociale leven op straat, in de openbare ruimte plaats. De verschijning van de stad wordt bepaald door haar uiterlijk en inrichting, en verdient dus een zorgvuldige behandeling.
Naast de langetermijnvisie op de openbare ruimte speelt de bouwlust in Delft. Deze is zo groot, dat we er in het verkiezingsprogramma apart aandacht aan geven. Hoe zorg je bijvoorbeeld voor goede communicatie over een complex project zoals de Spoorzone?
Eén: maak gebruik van kennis aan TU en HBO’s
Hoe kan je de kennis en kunde van de onderzoeksinstellingen en studenten beter voor Delft gebruiken? Delft is een stad vol ontwerpers en heeft zelfs de grootste ontwerpfaculteit van Nederland. Wat kunnen we daarmee?
- Ontwerp nieuw straatmeubilair samen met studenten industrieel ontwerpen. Breng de Delftse vindingen naar de straten!
- Gebruik second opinions van TU-vakgroepen voor complexe bouwvraagstukken, bijvoorbeeld bij de Spoorzone. Ook de TU heeft belang bij een goed verloop van dit project. Zoals oud-rector Fokkema vertelde: ‘een catastrofe van de Spoorzone in Delft zal ook voor het imago van onze Technische Universiteit ernstige gevolgen hebben’.
- Nieuwe vuilverzamelsystemen zoals ondergrondse containers zorgen voor minder zakken op straat. Tegelijk zorgen deze containers ervoor dat mensen geen vuilniszakken thuis hoeven te bewaren.
- Delft kan op architectuurgebied veel meer samenwerken met de faculteit Bouwkunde. Bijvoorbeeld in het meenemen van de openbare ruimte in de beoordeling van grote bouwplannen.
Twee: eerlijk, hard en helder communiceren over bouwprojecten
Met de Spoorzone, tramlijn 19, enkele bruggen, de Koepoortgarage en ga zo maar door kent Delft veel bouwputten, omleidingen en overlast. Daar wordt de gemeente op aangesproken en dat is terecht. Alleen met de Spoorzone al zitten we de komende 10 jaar eerst in allerlei tijdelijke situaties, voordat we de vruchten kunnen plukken van het eindresultaat: een véél mooier Delft, zonder de voorbijrazende trein. Wat moet de gemeente hierin doen?
- Communiceer zo duidelijk en direct mogelijk. Bij een project dat zo lang duurt en zo’n impact heeft willen bewoners eenduidige, bondige informatie. Internet is hiervoor een goed en simpel te gebruiken middel, maar leidt niet tot continue informatie naar de inwoners: je kijkt niet zonder reden nog een keer op de website. Communicatie betekent daarom ook ieder half jaar een folder met de aankomende omleidingen in de bus.
- Werkplaats Spoorzone Delft (WeSD) moet ondersteuning blijven krijgen van de gemeente. WeSD is een groep creatieve Delftenaren die tijdens de bouw van de Spoorzone zorgt voor culturele projecten in de stad.
Drie: bereikbaar tijdens bouwprojecten
Het is goed mogelijk om Delft bereikbaar te houden in de komende drukbebouwde jaren. Terwijl er veel aan de hand is: de Irenetunnel gaat weg, de Coenderstraat wordt verbreed, de Sebastiaansbrug wordt herbouwd, net als de Kapelsbrug en de Hambrug. Daarom wil STIP één lijn afspreken: de gemeente moet zorgen voor afstemming tussen de ontwikkelaars en constructeurs die voor verschillende projecten straten of OV-lijnen afsluiten. Tegelijk willen we:
- Stremmingsborden met overzicht. In de Spoorzone veranderen omleidingen met de dag. We willen weggebruikers met bebording inlichten over de omleidingen van de komende tijd, zodat er minder verrassingen zijn.
- Afslagborden. Bij afslaan naar Delft vanaf de snelweg kiezen mensen een route. Daar moeten borden staan met actuele stremmingen en afsluitingen.
- Faseren. Als alle nu geplande projecten tegelijk worden uitgevoerd, dan ontstaat er een onbereikbare Binnenstad. STIP wil de Binnenstad bereikbaar houden door afsluitingen zo veel mogelijk gefaseerd (dus na elkaar en niet tegelijk) te plannen.
- Sneller werken wanneer mogelijk, zoals bij de Sebastiaansbrug. ’s Avonds en in de weekenden werken levert omwonenden én weggebruikers minder lang overlast op.